Ga direct naar: Hoofdcontent

Wat te doen bij laaggeletterdheid?

In Rotterdam is 21 procent van de beroepsbevolking laaggeletterd; ongeveer 90.000 mensen. Laaggeletterdheid heeft invloed op het inkomen, maar ook op werk, gezondheid en gezin. Daarom is het belangrijk laaggeletterdheid te herkennen en bespreekbaar te maken. Hoe ontdek je dat iemand laaggeletterd is? Waar let je op? Hoe praat je er met iemand over en wat kun je adviseren?

Tips om laaggeletterdheid te herkennen

Veel laaggeletterden zijn onzeker: ze schamen zich en proberen hun lees- en schrijfproblemen te verbergen. Het is daardoor lastig laaggeletterdheid te herkennen. Waar kun je op letten?

Iemand kan bijvoorbeeld:

  • Thuis iets willen invullen, of vragen of iemand anders het even kan voorlezen of opschrijven.
  • Alleen kijken naar een tekst zonder de ogen te bewegen over de tekst.
  • Excuses gebruiken als ‘ik ben mijn bril vergeten’ of ‘ik heb een zere hand’ als gevraagd wordt iets te lezen of te schrijven.
  • Een uur te vroeg of te laat zijn op een afspraak.
  • Geen e-mailadres hebben.
  • Een slecht leesbaar handschrift hebben.
  • Geen punten of komma’s gebruiken.
  • Moeite hebben met mobiel bankieren.
  • Negatief praten over schoolervaring.

 

 

Tips voor jouw houding en taalgebruik

  • Laaggeletterden voelen zich vaak onzeker en niet op hun gemak. Neem de tijd voor uitleg en ga eventueel apart zitten.
  • Gebruik eenvoudige taal maar spreek je cliënt wel aan als volwassen persoon.
  • Gebruik beeldmateriaal ter ondersteuning van de uitleg (tekeningen en illustraties).
  • Maak korte zinnen.
  • Gebruik zoveel mogelijk de tegenwoordige tijd. ‘Ik loop. Ik zit. Ik spreek.’
  • Vermijd beeldspraak, zoals spreekwoorden of gezegden.
  • Kies dezelfde woorden als je cliënt gebruikt.
  • Stel één vraag tegelijk.
  • Beperk de informatie tot drie kernpunten en prioriteer deze.
  • Herhaal de belangrijkste punten en maak tips en adviezen concreet.
  • Spreek duidelijk en niet te snel. Een valkuil is luider te gaan spreken, let hierop
  • Moedig je cliënt aan vragen te stellen. Zeg: ‘Welke vragen heeft u nog?’ Niet: ‘Heeft u nog vragen?’ (het antwoord is dan meestal: nee).
  • Gebruik zo min mogelijk afkortingen en Engelse woorden.
  • Laaggeletterden begrijpen en onthouden vooral door voordoen, nadoen en herhalen. De terugvraagmethode helpt hierbij.

Algemene tips

Oordeel niet te snel. Misschien ga jij er ook weleens vanuit dat een cliënt niet gemotiveerd is omdat hij niet op je berichtjes reageert? Bedenk dat iemand misschien niet digitaal vaardig is.

  • Bedenk en stel de juiste vragen. Vraag niet: ‘Ben je laaggeletterd?’ Maar stel vragen eromheen, zoals: ‘Lees jij je post altijd helemaal zelf? ‘Vind je het gemakkelijk om met DigiD te werken?’ ‘Zijn er mensen die jou helpen als je brieven krijgt?’ Zo krijg je inzicht in de taalvaardigheid van je cliënt.
  • Zorg dat het onderwerp normaal wordt (ook voor jezelf). Veel professionals vinden het gênant om te vragen of iemand moeite heeft met lezen. Het voelt alsof je vraagt: ‘Ben je dom?’ Maak het onderwerp niet te zwaar. In Nederland zijn 2,5 miljoen mensen laaggeletterd.
  • Maak een aantekening in het dossier van je cliënt dat hij laaggeletterd is. Zo zijn collega’s en andere professionals ook op de hoogte en hoeft je cliënt het niet telkens opnieuw te vertellen.
  • Communiceer duidelijk over afspraken en tijden. Mensen die moeite hebben met lezen en schrijven, vinden klokkijken vaak ook lastig. Probeer op een heel of half uur af te spreken. En: In de ene taal betekent half vóór het hele uur, in de andere taal juist daarna. Dat is verwarrend. Stuur je cliënt ter herinnering een whatsapp of sms voor de afspraak, of spreek een bericht in.*

De terugvraagmethode

Check door middel van de terugvraagmethode of de boodschap is overgekomen. Vraag je cliënt of je het goed hebt uitgelegd. Bijvoorbeeld met vragen als:

  • Ik wil graag weten of ik het goed heb uitgelegd, kunt u mij vertellen wat u nu gaat doen?
  • Hoe gaat u straks (uw medicijnen innemen, dat document regelen, ...)?
  • Wat vertelt u straks aan uw partner als u thuiskomt?

Verwijzen

Wil je cliënt beter in taal worden? Dan kun je hem of haar doorverwijzen naar taallessen. De gemeente biedt gratis taaltrainingen, van korte cursussen tot een hele opleiding.

*Deze tips zijn afgestemd met en goedgekeurd door een ervaringsdeskundige.

Dat is meteen een extra tip: profiteer van de kennis van ervaringsdeskundigen. Stichting Lezen en Schrijven heeft taalambassadeurs opgeleid die organisaties kunnen adviseren over de schriftelijke en mondelinge communicatie met laaggeletterden

© Gemeente Rotterdam